Zum Hauptinhalt springen Zur Suche springen

De Romeinse wegen: een revolutie van de mobiliteit

Als verkeersaders in een reusachtig rijk zorgden de hoofdwegen van de Romeinen voor samenhang van het uitgestrekte imperium. De viae publicae, die in de eerste plaats vooral voor militaire en administratieve doeleinden werden aangelegd, verbonden militaire oefenterreinen, steden en grotere nederzettingen met elkaar. Maar al snel zorgde de opbloeiende handel voor toenemende bedrijvigheid op de grote verkeerswegen. Dat zorgde voor een bonte aanblik: van marcherende soldaten, bedrijvige handelaren die hun waren op ossen- of muildierkarren naar de markt brachten, tot vermogende burgers die in comfortabele rijtuigen of draagstoelen onderweg waren of ambtenaren in lichte rijtuigen met één as. En te midden van dit alles: grote scharen eenvoudige burgers, die te voet onderweg waren.

Langs de Romeinse wegen: herbergen, nederzettingen en tolhuizen

Niet alleen op de wegen zelf, maar ook aan weerszijden van de Romeinse hoofdwegen was het een drukte van belang: herbergen, soms uitgerust met badhuizen, waren voor Romeinse reizigers een begrip. Daarnaast hadden de meeste reizigers behoefte aan stallen waar uitgeruste paarden of andere trekdieren klaarstonden. Op regelmatige afstand van elkaar stonden tolhuizen en controleposten. Er waren zelfs een soort wegwijzers: mijlpalen die onderweg de afstand tot de eerstvolgende grote stad aangaven. Bovendien ontstonden er na verloop van tijd in de buurt van kruisingen of rivieroversteekplaatsen veel civiele nederzettingen.

Aanleg van de Romeinse wegen: een topprestatie op het gebied van planning en uitvoering

Superieure ingenieurskunst gecombineerd met Romeins organisatietalent: de Romeinse hoofdwegen luidden met hun grotendeels rechtlijnig verloop, hun imposante bruggen- en tunnelconstructies en hun efficiënte wegenonderhoud een revolutie op het gebied van mobiliteit in. Het verloop van de wegen moest volgens de Romeinen recht zijn. Zelfs in het heuvel- en berglandschap hielden ze grotendeels aan dit principe vast door de bouw van bruggen en tunnels. Alleen erg steile hellingen in de bergen werden bedwongen door de aanleg van wegen met fraaie haarspeldbochten. De opbouw van een karakteristieke weg bestond vaak uit een puinfundering van op elkaar gestapeld natuursteen, met daarbovenop een mengsel van zand en kiezelstenen van maximaal 20 cm hoog en als afsluiting een 5 cm dikke slijtlaag.

Bloeiende handel dankzij de Romeinse wegen

Wijn uit Italië, olie uit Spanje of luxeproducten, zoals barnsteen, goud en ivoor: de handel op de hoofdwegen floreerde – bovendien konden ook afgelegen gebieden op economisch gebied worden ontsloten. Daarbij speelden naast de grote wegen ook de waterwegen een belangrijke rol: het grootste deel van het transport van goederen en zware lasten vond plaats via het water.